Er plakte een gele post-it op de affiche met de uurregelingen. Ik las: ‘diner chez moi ce soir?’ Verderop kleefde nog een post-it. En nog een. Toen zag ik dat er ook post-its tegen de zuilen kleefden, op de vloer, tegen de wanden, op de vuilnisbakken, tegen de affiches voor de tgv. Overal stonden een paar woordjes op. Alledaagse zinnetjes, uitspraken, vragen, bedenkingen. Het was fascinerend.
Toen zag ik iemand van het stationspersoneel de post-its verwijderen. En nog iemand. En de mevrouw van een van de winkeltjes, ze had een hele lap post-its verzameld en liep hoofdschuddend rond. Mensen namen foto’s, een jonge kerel was aan het filmen. Ik vroeg hem wat er aan de hand was.
Het was een project van een studente van La Cambre, zei de jongen. Om de overdreven surveillance in de stations aan de kaak te stellen. Mensen, voorbijgangers, hadden geholpen. Een zwerm gele post-it’s had zich over de stationshal verspreid. Een kwartier had het geduurd. Toen begon het stationspersoneel de post-its te verwijderen. Alsof er staatsgevaar in schuilde.