Posts tonen met het label Omdat het zo mooi is. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Omdat het zo mooi is. Alle posts tonen

maandag 5 oktober 2009

Mercedes

Ik hoorde voor het eerst van haar in een brief uit Afrika. Het moet zo'n achttien jaar geleden geweest zijn. Een vriendin werkte in Zambia in het kader van een landbouwproject. Op een avond had iemand in dat internationale gezelschap van jonge, bevlogen landbouwdeskundigen een plaat van haar opgezet. Wat M. precies over haar schreef weet ik niet meer. Het beeld dat zich in mijn herinnering gevormd heeft, is hoe in die donkere Afrikaanse nacht een stem weerklonk die mijn vriendin compleet van de kaart bracht. Zozeer dat ze er mij een brief over schreef. Ik kon in M's royale handschrift met moeite de naam Mercedes Sosa ontcijferen. Ik ging meteen op zoek naar haar muziek.

Eén keer zag ik haar life. Ze concerteerde in een afgeladen Bozar, het publiek at uit haar hand. Ze zong zittend, en dat begreep je als je haar geweldige lichaam zag. Bij Todos cambia, stond ze recht, nam een sjaal en begon te dansen. Het leek me alsof het hele gebouw daverde bij elke stap die ze zette. Ze was niet eens zo groot, merk ik nu op de foto's. Maar ze was evengoed een reuzin.

Daar moest ik aan denken, gisteren, toen ik het nieuws van haar overlijden vernam. Aan die ongelofelijke stem uit Zuid-Amerika die me via een brief uit Afrika had bereikt.

vrijdag 5 december 2008

Rosa nunquam doluit

Kijk, daar wordt Louise nu gelukkig van. Van een leraar Latijn die zijn klas ‘Mia’ laat vertalen en een prachtensemble als Capilla Flamenca die dat dan ook nog eens gepast op muziek zet.
Puik werk, zo op het eerste gezicht, die vertaling. Louise wou dat zij in die klas van meester Claeys zat. En wat een prachtige versie hebben die van Capilla Flamenca daarvan gemaakt! Zoals nog maar eens blijkt: Mia van Gorky is en blijft een voltreffer. Laat het Latijnse zusje maar de kersthit van het jaar worden.

maandag 20 oktober 2008

A man still working for our smile

Als je zo veel bloedmooie teksten en songs hebt geschreven als Leonard Cohen, zou dat dan op zich niet al volstaan om je op je 74ste gelukkig te voelen?
Dat vroeg Louise zich af terwijl ze op het podium van een nokvol Vorst Nationaal een oude man met een hoed en magere handen met het uur jonger zag worden. Haar leven wandelde voorbij, van Suzanne bij het kampvuur en The Partisan op een eenzame studentenkamer tot Boogie street dat ze op een autoradio hoorde toen ze opeens verrast de donkerste der stemmen herkende.
Misschien haperde het Hallelujah hier en daar, misschien klonk het allemaal wat trager dan in haar herinnering, maar ‘there’s a crack in everything, that’s where the light comes in’.
Als hij, al in de bisnummers, First we take Manhattan zingt, ben je de broze handen en nek vergeten, en geloof je hem voor de volle honderd procent.

dinsdag 23 september 2008

Omdat dromen geen kwaad kan

Vrienden die blijven logeren in ons huis in Toscane. We eten aan een lange houten tafel tussen de olijfbomen –gegrilde aubergines, cantuccini en vin santo als toetje– en hebben het over het geworstel met onze nieuwste romans. Sting belt –hij is onze buurman– of we zin hebben in een glas wijn. Ach zeg ik, we hebben net zo’n goede fles uit de kelder van Lando Casprini ontkurkt. Komen jullie gerust hier een glas meedrinken.
Het is warm, de zon gaat snel onder. Sting heeft zijn luit meegebracht. Op de heuvels rondom ons fonkelen lichtjes.

Neen, dan heeft Flora Fleempaard echt wel meer kans om haar dromen waar te maken.

donderdag 18 september 2008

Lula Pena

Iemand had er naar geluisterd aan zo’n luisterpaal in de Fnac. Een mooie cd-hoes was het.
Dus ik luisterde ook. Maar die nieuwe luisterpalen in Fnac hebben weinig geduld. Een halve minuut en hup, naar het volgende nummer.
Vijfentwintig seconden akoestische gitaar hoorde ik, en dan een stem. Elk lied opnieuw: vijf seconden stem. Een stem die weerklonk uit een diepe spelonk van de ziel. Donker en omfloerst en met alle droefheid die een oor kan verdragen. Iemand had de fado herdacht. Helemaal in haar eentje. En daar een album van gemaakt. En dat album had ik in mijn handen.

Dan kom je thuis en wil je er meer van weten en merk je dat die cd waarvan je denkt dat het een nieuwe ontdekking is al tien jaar oud is. En niet eens in het land van de fado is opgenomen maar in een of ander klein Brussels productiehuis. Tien jaar geleden.

24 was ze toen. Op de Cd-hoes ziet ze er uit als een rauwere versie van Winona Rider in Autumn in New York. Hoe daar zo’n stem uit kon komen. Maar vooral: hoe het mogelijk is dat wij van die mevrouw nog maar zo weinig hebben gehoord. Tien jaar lang. En wat er intussen met haar is gebeurd. En of er dan niet ergens nog een nieuwe plaat is gemaakt? En wat een geluk dat er festivals als Sfinks zijn die er ons aan herinneren dat zoveel talent haast onopgemerkt voorbijvaart over de zeeën van de wereld.

De stem - het productiehuis - op Sfinks

dinsdag 16 september 2008

Stopt Anna of stopt ze niet?

Zeg nooit dat je nooit meer gaat schrijven. Het is zo’n doodzonde.
(Paul, heb je dit gehoord?)

Ooit met tranen in de ogen naar een gedicht van Anna zitten luisteren. Het was in Watou. Piet Piryns interviewde haar. Zij las voor. Het ging over haar dochter die verongelukte. Het veegde meteen de vloer aan met de idee dat je niet goed kan schrijven over diep persoonlijk verdriet.

woensdag 10 september 2008

Niets

Kijk, dit is nu een stukje om jaloers op te zijn.
Niet alleen omdat je ook op dat pleintje zou willen zitten. Maar ook omdat het zo'n mooi stukje is. Iets wat Louise zelf in Wonderland had willen kunnen schrijven.

vrijdag 29 augustus 2008

Stem

Ze is zeker geen fan van het eerste uur. Toen alle kerels luchtbas speelden op ‘Message in a bottle’ liet hij haar koud. Naar een Werchterse wei krijg je haar niet meer, zelfs niet voor hem, en de laatste keer dat ze in het Sportpaleis was, was dat voor de Dalai Lama. Al moet gezegd dat ze een stevige steek van jaloezie voelde toen ze om elf uur ’s avonds vanuit dat Sportpaleis werd opgebeld en ‘Don’t stand so close to me’ door haar mobieltje klonk.
Maar als de man met een luit in de hand naar de koningin Elisabethzaal komt en daar een geheel eigen versie van de muziek van John Dowland brengt, reken dan maar dat ze er bij is.
En dus heeft Louise nu ook al de tickets klaarliggen voor een opera in Parijs, een opera nog wel, om van Parijs nog te zwijgen, waarin Sting een staalarbeider speelt die verliefd is op een stem.

Dat laatste, daar kan Louise al helemaal van meespreken.

donderdag 28 augustus 2008

Het is niet goed om vlak onder een toren te wonen

Op een goede dag in het najaar van 1999 begon Orhan Pamuk zich samen met zijn bovenbuur zorgen te maken over de minaret vlakbij het gebouw waar hij schreef. De grote aardbeving van augustus dat jaar had de minaret wat gehavend, maar ze stond er nog en de vraag was nu of ze bij de volgende aardbeving, die voorspeld was, en nog erger zou zijn, en waarvan het epicentrum dichterbij zou liggen, op Pamuks schrijfkamer zou vallen of niet.
Enig historisch onderzoek, wat schattingen met het blote oog en een hoop speculaties over de te verwachten aardbeving later was de conclusie van de bovenbuur dat de minaret onmogelijk op hun gebouw kon vallen. Daarvoor stond ze te ver af. Het was veel waarschijnlijker dat hun gebouw op de minaret zou vallen.

Louise’s exemplaar van Other Colours, writings on Life, Art, Books and Cities heeft intussen aan alle kanten ezelsoren. Orhan Pamuk en Louise zijn op dezelfde dag jarig. Louise vindt dat een prettige gedachte. En ook dat bij haar weten noch gebouw noch minaret intussen gevallen zijn.

dinsdag 26 augustus 2008

Beijing

Maar wat zouden ze toch schrijven, die Chinezen met hun water?