‘Alsjeblieft. Geniet ervan!’ zegt hij als hij mij het broodplankje voorzet. Hij glimlacht erbij. Hij zegt het met een zekere aandrang die maakt dat ik haastig de werktekst die ik bij me heb opzij leg en me volledig aan het gedesemd brood, de geitenkaas en zongedroogde tomaten wijd.
Ik die dacht dat dit etablissement er een was waar het bedienend personeel geselecteerd werd op hun capaciteit om klanten af te snauwen. Niet dus. Of niet meer. Hij lijkt het te menen. Hij zegt niet het standaard ‘smakelijk’. Hij zegt ‘geniet ervan’ en het lijkt of hij mij echt oprecht een fijne maaltijd wenst. ‘Was het lekker?’, vraagt hij als hij afruimt. Ik proef het nog een beetje na.