woensdag 9 september 2009

Een man op een pad

Op rechte stukken leek het of de man eerder viel dan liep. Een val die telkens weer door de volgende stap werd opgevangen. Soms leverde dat een aarzelend drentelen op, soms een loopje waarbij je je hart vasthield. In de bochten was het anders. In de bochten moest hij zich heel hard concentreren. Alsof hij diep in zich, dieper nog dan de grond onder zijn voeten, dieper dan de drie kathedralen onder zijn voeten, dieper dan de druïdenbron daar beneden, moest putten om zijn geest en zijn lichaam in de juiste richting te sturen. Het was vrijdagochtend. De stoelen in de kathedraal van Chartres waren weggeschoven zodat het labyrint op de vloer vrij kwam. Iemand speelde cello. Daar op die vloer van zwart-wit marmer schuifelden mensen in een vreemde dans. Devoot of nieuwsgierig, of speels, of met de moed der wanhoop. Ik had de man de avond tevoren al gezien. Ik had me toen afgevraagd aan wie de rolstoel bij het tafeltje toebehoorde: aan die knappe zongebruinde man met zijn witte haar en witte baard of aan zijn mooie vrouw.


Een labyrint is geen doolhof. Een labyrint brengt je naar de kern. Maar langs de langst mogelijke weg. Langs de nederigste weg van naderen en toch weer weggestuurd worden. Er waren veel bochten in dat witte marmeren pad. En bij elke bocht moest die mooie man uit het diepste van zichzelf putten om verder te gaan. Het was mijn voorrecht om achter hem op dat pad te lopen. Op zijn staccatoritme. Wachten bij elke bocht. Extra tijd om de glasramen te bewonderen. Om deel te hebben aan de kracht van de man die zijn rolstoel verlaten had voor een vreemde pelgrimstocht. Toen hij het centrum bereikt had bleef hij maar even staan. Toen strompelde hij recht de omhelzing van zijn vrouw in en huilde. Ik ben de hele kathedraal doorgelopen en dan teruggekeerd om de man te bedanken. Hij knikte. Bedankte mij op zijn beurt. Ik verstond hem niet goed en moest me naar zijn rolstoel bukken. Zijn ogen waren nog nat.

dinsdag 8 september 2009

Precies een week geleden

We zaten in de lift. Prinsje T en ik. Prinsje T op zijn loopfietsje. Met zijn boekentasje om en zijn fietshelm op. We zaten in de lift. Ik met mijn schoudertas om en die was toen ik me omdraaide even voor het Boze Oog gekomen. We zaten in de lift ergens tussen de eerste en de nulde verdieping en er was niets dat nog bewoog. Ik drukte op knoppen en het licht ging weer aan. Dat was al iets. Er stond een telefoonnummer op een plakkaatje aan de wand maar er was geen telefoon. En ik had er geen bij. We zaten in de lift ergens tussen de eerste en de nulde verdieping en niemand die het wist. We moesten wachten tot we iemand hoorden binnenkomen in de hal en dan heel hard beginnen roepen.
En toen moesten we nog een half uurtje wachten op liftenman die van ver moest komen. Je kan in een half uur heel wat bedenken. Hoe het zou zijn als er brand uitbrak bijvoorbeeld. Hoe ze ons zouden terugvinden: in innige omhelzing en verkoold.

De liftenman opende de deur en trok aan de rode knop. ‘Je hebt de rode knop ingedrukt’, zei hij. ‘Dat mag je alleen maar doen in uiterste nood.’

Prinsje T kwam te laat op zijn eerste schooldag. Ik had een hele dag nodig om te bekomen van een half uurtje onderdrukte claustrofobie.

maandag 7 september 2009

Wat er toch allemaal is gebeurd terwijl ik er even niet was...

De meest sexy aller bloggende huismoeders is bevallen, en ik wist nog niet eens dat ze zwanger was. En mijn eigen destijdse vroedvrouw, die foeterend Prinsje T op de wereld hielp zetten ("Ik wil nu wél horen dat je een wee hebt") heeft de wijk genomen naar het zuiden van Frankrijk.
Proficiat Mma Zsa Zsa en Leen, wanneer zijn de kamers klaar?

Voor Ilse en Ellen (en die stuk of vijf anderen)

Het is nog vroeg, de zomer heeft het nog precies veertien dagen uit te zingen. Maar gisteren was het er: de geur van verbrand hout in de avondlucht. Die geur. Die je doet verlangen naar dikke truien, gepofte kastanjes, warme chocomelk of een stevig bruin biertje. Naar het paddenstoelenkraam op de zondagmarkt. Naar wandelingen met rubberlaarzen aan.

Ergens in de buurt moet iemand voor het eerst de open haard hebben aangestoken. De braam- en de vlierbessen zijn zo rijp dat ze van de struik vallen. De maan, nog zo goed als vol, hangt pal boven onze straat. En ergens in een hoekje van de kamer, bedolven onder zwaarwichtige en veeleisende dossiers, beweegt er iets.

Ik loop er heen. Til het papier op en vind Louise P. Ze ziet er wat slapjes uit. Als een plant die veel te lang geen water heeft gekregen. Ik ben misschien net op tijd, misschien net te laat voor de reanimatie.

Ottokar tokkelt op zijn gitaar. Hij heeft het schip al die tijd varend gehouden. Ook Prinsje T zoeft op zijn loopfietsje voorbij. Die kan intussen met volzinnen praten, maar weet nog altijd niet goed wanneer hij op het potje moet gaan.

Ik tik Louise tegen de slaap. Geef een klopje op haar schouder. We zaten teveel binnen, zeg ik. Hey, we zaten hier teveel in ons eentje tegen de woorden aan te kijken. Maar weet je wat, ik maak het goed. We gaan wat vaker de straat op. We doen dingen. We gaan ’s nachts in het bos wandelen bij volle maan, wat denk je daarvan? We nemen de trein, gewoon om het landschap te zien voorbijglijden. We komen onder de mensen. Wat denk je ervan, zullen we er aan beginnen?

Er verschijnt een heel klein lachkuiltje in Louises linkerwang. En dan fluistert ze, hees nog: ‘zouden ze er nog zijn?’

zaterdag 9 mei 2009

Woordenschat

Prinsje T komt billenkoek halen. Oranje billenkoek. Hij graait ze uit Louise’s geopende hand en roept: ‘Dank u wel, dank u wel mama!’, terwijl hij door de gang loopt om de billenkoek naar Ottokar te brengen. Dan staat hij er weer. ‘Nóg billenkoek’, zegt hij. Hij schept iets denkbeeldigs op en stopt het in zijn mond. Het smaakt hem heerlijk, die billenkoek. En Louise zou niet weten hoe ze hem nu de ware betekenis van het woord moet duidelijk maken.

zaterdag 25 april 2009

Ze is gaan lopen

Als u zich afvraagt waarom Louise nog maar zo weinig van zich laat horen.
Ze maakt eindelijk eens gebruik van die dure loopschoenen die ze vorig jaar in een overmoedige bui heeft gekocht.

zondag 5 april 2009

Heverlee zondagmiddag

We liepen over de markt. Van het kraam met de nieuwe aardappeltjes en de peterselie naar dat van de mevrouw met de eieren. En dan naar de mijnheer met de dikke, sappige asperges. Feest!